Een pasvormnaam is een beginpunt. Hoe het shirt op jouw lichaam valt, zie je pas met de kledingmaten erbij. Gebruik regular, slim en oversized daarom als richting, niet als maatadvies.
Je ziet eerst de kleur. Tijdens het dragen merk je vooral de hals. Die bepaalt hoeveel ruimte je rond je nek voelt en hoeveel van je shirt zichtbaar blijft onder een open laag.
Trek bij het passen ook je colbert aan. Een T-shirt kan los goed zitten en onder een colbert toch ophopen bij de schouders of te lang vallen. Zo zie je meteen of de combinatie werkt.
Een zachte stof voelt goed in je hand. Of je het shirt ook graag gaat dragen, merk je pas als je het aantrekt. Neem even de tijd voor de hals, de naden en de ruimte om te bewegen.
Je pakt twee T-shirts op. Het ene voelt licht, het andere voller. Op het label staat misschien 220 of 330 GSM. Dat getal helpt bij het kiezen, maar vertelt niet het hele verhaal.